The King’s Speech


“een spraakgebrek ontwapent degene die erdoor gekweld wordt: stel je maar even een stotterende dictator voort.” _ Gilbert Cesbron

op de dag dat ik deze film zag, werd hij in Hollywood gelauwerd met een viertal oscars: beste film, beste regie, beste scenario en beste mannelijke hoofdrol. dan mag je je terecht de grote overwinnaar, de koning noemen van de 83ste academy awards. de king waarover sprake is Koning George VI van het Verenigd Koninkrijk (om nog niet te spreken over zijn andere royaltietitels als koning van Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Ceylon, Ierland, Pakistan en keizer van India) die leefde van 1895 tot 1952, aanvankelijk als Albert (Bertie voor de familieleden), daarna als prins Albert en enkele andere Duke-titels om vanaf 1936, als opvolger van zijn broer, de troon te bestijgen als George VI. de titel geeft perfect weer waarover het gaat: niet zozeer een historische biopic over diens koningsgangen maar wel over de schouderlast dat een spraakgebrek heeft over de staatsleider.

de film start ergens eind jaren twintig wanneer prins Albert (Colin Firth) een speech moet geven voor een groots toeschouwerspubliek. de angst is duidelijk van zijn gezicht te lezen en uit zich in enkele hakkelende woorden, diepe zenuwachtige slikbewegingen en vele bedenkelijke luistergezichten. Albert is sinds zijn vijfde jaar beginnen stotteren en welke dokter welke remedie maar ook probeert, hij geraakt van zijn immens stotterprobleem niet af. tot zijn vrouw Elizabeth (Helena Bonham Carter) via hogere kringen in contact komt met een Australische stemcoach. Lionel Logue (Geoffrey Rush) is eigenzinnig en handelt enkel via zijn eigen regels waarbij de komaf van bijkomstige aard is. Bertie ziet het absoluut niet zitten maar nieuwe speechfiasco’s doen hem toch naar de praktijk van Lionel gaan alwaar de fysieke kant van de spraak en de psychologie van het onderliggende probleem aangepakt wordt. de levensachtergrond van Bertie is evenwel slecht getimed. zijn vader is stervende terwijl de troonopvolger Eduard (Guy Pearce) – Bertie’s broer -nogal wat naast de pot heeft gepist en nu wil trouwen met een dame van gewone afkomst. dit wordt geenszins getolereerd door het parlement (Timothy Spall als Winston Churchill) en Bertie moet koning worden. overwint hij zijn spraakangst bij de koningstroon waar hem tevens het woelige begin van de tweede wereldoorlog wacht?

The King’s Speech is old school oscarmateriaal: inhoudsvolle Amerikaanse cinema dat de deuren open houdt voor het grote publiek. er is de historische relevantie: het toont aan de voet van de tweede wereldoorlog een koning van een totaal andere – de zwakke – kant en hoe zwaar dit weegt op de schouders van een machtig staatsburger waardoor hij evenzeer een gewone burgervader is. het afgelijnde scenario houdt de kijker in zijn greep door er enerzijds een uiterst verzorgde detailregie op na te houden met de adel in het Britse interbellum als centraal ijkpunt en anderzijds een rits amusante dialoogpassages gekarakteriseerd door het ijzersterke acteerwerk. niet alleen Colin Firth maar tenminste ook Geoffrey Rush en Helena Bonham Carter verdienen een gouden beeldje. hun onderlinge taalvakkundige samenwerking is uiterst genietbaar. er is weinig aan toe te voegen want zelfs de ietwat braaf romantische blik op het gebeuren valt eigenlijk niet op. The King’s Speech is een klassiek verdiende winnaar.

4/5

de wereldberoemde speech van Koning George VI:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s